Van het NIR naar een sterrenstelsel hier ver vandaan: Star Wars klinkt live in Flagey

Wat gebeurt er wanneer een film die we al tientallen jaren kennen plots een liveconcert wordt? VeDi-Trips trok naar Flagey in Brussel voor een ciné-concert van Star Wars: Return of the Jedi. Terwijl de film op groot scherm speelt, brengt het Brussels Philharmonic onder leiding van Dirk Brossé de muziek van John Williams live. Dat vraagt een bijzondere samenwerking tussen beeld, muziek en dirigent. Maar hoe zorg je ervoor dat een orkest exact op het juiste moment speelt wanneer de film geen seconde stopt?
Een Star Wars-avond begint al bij de ingang
Het is vrijdag 11 september 2026 wanneer wij naar Flagey in Brussel trekken. Nog voor we de zaal binnenstappen, merken we dat deze voorstelling anders wordt dan een gewone filmavond. Bij de ingang staat een kraampje met hotdogs, inclusief een vegetarische versie. Het heeft iets nostalgisch, alsof de sfeer van Star Wars al begint voordat de film start.
Rondom ons duiken Star Wars-attributen op en bezoekers maken gebruik van een photobooth. Niets voelt overdreven, maar alles draagt bij aan de sfeer van de avond. We komen hier niet alleen naar een film kijken.
Ook het wachten op de voorstelling krijgt een eigen invulling. Het Vlaams Radiokoor verschijnt in Star Wars-kledij voor enkele korte pop-upoptredens. Een wachttijd die anders gemakkelijk een dood moment zou worden, verandert zo in een kleine muzikale belevenis. Voor ons is het meteen een vluchtige kennismaking met een mannenkoor dat bijzonder mooi zingt.
Daarna nemen we plaats in Studio 4. De zaal maakt deel uit van een gebouw met een geschiedenis die nauw verbonden is met geluid.
Een gebouw dat voor geluid werd gemaakt
Flagey is vandaag een bekend Brussels cultuurhuis, maar het gebouw werd oorspronkelijk ontworpen als het hart van het Nationaal Instituut voor Radio-omroep, het NIR.

Architect Joseph Diongre ontwierp het complex in de jaren dertig met veel aandacht voor akoestiek, geluidsisolatie en de technische eisen van radio-uitzendingen. Het gebouw werd in 1938 in gebruik genomen en groeide uit tot een belangrijk centrum voor radio, opnames en concerten.
Vooral Studio 4 kreeg een sterke reputatie vanwege haar akoestische kwaliteiten. De zaal werd ontworpen om muziek en geluid zo goed mogelijk te laten klinken en vast te leggen. Vandaag vinden er concerten, filmvoorstellingen en producties plaats waarin beeld en geluid samenkomen. Dat maakt de plek vanavond extra passend. Ooit werden vanuit dit gebouw radioprogramma's de wereld ingestuurd. Vandaag zit het publiek zelf in de zaal terwijl het Brussels Philharmonic de muziek van John Williams live uitvoert bij een film die miljoenen mensen kennen.
De geschiedenis van Flagey draait nog altijd rond geluid. Alleen is de manier waarop we dat geluid beleven veranderd.
De avond begint met een gesprek
Voor de film begint, gaat het in Foyer 2 eerst over muziek. Daar vindt de pre-concert talk plaats, met filmjournalist Robin Broos als gesprekspartner van dirigent Dirk Brossé.

Het wordt geen gewone inleiding op de voorstelling. Broos wil weten wat er achter een ciné-concert schuilgaat. Hoe dirigeer je een orkest wanneer de film gewoon blijft doorlopen? Hoe weet een dirigent wanneer hij moet inzetten, vertragen of versnellen? En hoeveel vrijheid blijft er over wanneer muziek en beeld op het juiste moment bij elkaar moeten komen?
Brossé neemt ons mee in zijn manier van werken. Terwijl hij vertelt, groeit het besef dat wat straks in Studio 4 vanzelfsprekend lijkt, achter de schermen een bijzonder complexe onderneming is.
Het gesprek gaat over synchronisatie, over de vrijheid die een dirigent nodig heeft en over de manier waarop hij zijn muzikanten door een film heen leidt. Maar het gaat ook over John Williams, over de kracht van filmmuziek en over de vraag wanneer een soundtrack meer wordt dan muziek die een film begeleidt.
Voor ons begint de voorstelling daardoor eigenlijk al hier, in Foyer 2. Wanneer de film begint, begrijpen we pas echt wat dat betekent.
Een film die niet wacht

De bekende beelden van Return of the Jedi verschijnen op het grote scherm. Maar achter dat scherm gebeurt iets waar de meeste bezoekers nauwelijks bij stilstaan.
Dirk Brossé staat voor het Brussels Philharmonic en moet ervoor zorgen dat de muziek van John Williams exact samenvalt met de beelden. Daar zit volgens hem precies de moeilijkheid van filmmuziek.
Een dirigent leren worden, een orkest leren leiden en met muzikanten leren communiceren kan aan een conservatorium. Maar een film live begeleiden vraagt nog iets anders. De synchronisatie tussen beeld en muziek is een vak op zich.
Brossé legt uit dat er grofweg twee manieren bestaan om zo'n synchronisatie aan te pakken. De eerste is werken met een clicktrack. De muzikanten en de dirigent horen dan een metronoom in hun hoofdtelefoon die hen door het tempo leidt. Voor muziek die gedurende langere tijd in hetzelfde tempo blijft, kan dat uitstekend werken.

Maar zodra het tempo verandert, voelt zo'n clicktrack voor Brossé als een beperking. Je krijgt weinig vrijheid om de muziek te laten ademen. Daarom kiest hij al vanaf het begin van zijn werk met filmconcerten voor een andere methode: hij werkt zonder clicktrack en zorgt zelf voor de synchronisatie.
Dat betekent dat hij tegelijk de muziek én de film moet volgen. En precies daar begint zijn eigenlijke vakmanschap.
Zijn scherm is zijn kompas
Bij Dirk Brossé is dirigeren voor een filmconcert een stuk ingewikkelder dan alleen het orkest door de muziek leiden. Terwijl de film voor het publiek op het grote scherm loopt, heeft Brossé voor zich een eigen scherm waarop hij voortdurend de informatie krijgt die nodig is om muziek en beeld exact met elkaar te laten samenvallen.
Over dat scherm bewegen verschillende gekleurde streamers. Rood, geel, wit en groen hebben elk hun eigen betekenis in relatie tot de partituur. Bovenaan verschijnen de maten en tellen, zodat hij precies weet waar hij zich in de muziek bevindt. Maar het scherm toont hem niet alleen waar hij nu is. Brossé gebruikt het vooral om vooruit te kijken.
Kijk extra naar het schermpje voor de dirigent en je ziet de balkjes lopen!
Terwijl wij een scène beleven op het moment dat ze zich afspeelt, is hij al bezig met wat er vijf, zes of zeven seconden later muzikaal moet gebeuren. Een deel van zijn concentratie ligt daardoor voortdurend vooruit in de tijd. Zijn handen geven het orkest de muzikale richting, zijn ogen volgen het scherm en zijn hoofd bewaakt ondertussen het moment waarop muziek en beeld elkaar moeten raken.
Dat maakt deze manier van dirigeren zo veeleisend: hij moet tegelijk musiceren, anticiperen en synchroniseren. Het orkest speelt niet zomaar de muziek bij een film. Elke muzikale beweging moet haar precieze plaats in het beeld vinden.
En dan zeggen ze dat een man geen twee dingen tegelijk kan doen. Brossé bewijst hier in elk geval het tegendeel. Filmmuziek dirigeren is balanceren op het scherp van de synchronisatie!

Zonder dirigeerstokje
Wie Brossé goed observeert, merkt nog iets anders op: hij dirigeert zonder baton. Dat doet hij bewust.
Voor Brossé is een dirigeerstokje eerder een hinderlijke tussenlaag. Zijn handen geven hem veel meer mogelijkheden om muziek vorm te geven. Tijdens ons gesprek laat hij dat ook zien: zijn handen bewegen niet hoekig of mechanisch, maar soepel en bijna tastend, alsof hij de muziek als het ware door de lucht heen vormgeeft. Het is een beweging die bijna iets sensueels krijgt, omdat zijn handen voortdurend contact lijken te zoeken met de klank. Een kleine beweging kan een musicus ademruimte geven, een de andere wil hij een klank aanscherpen of een frase naar zich toe trekken.
Maar wie Brossé ziet dirigeren, merkt dat niet alleen zijn handen spreken. Ook zijn ogen dirigeren. Hij kijkt naar de verschillende blokken van het orkest, naar de blazers, de strijkers, de slagwerkers, en met één blik kan hij al aangeven hoe hij een passage wil horen. Soms is die blik een uitnodiging om nog meer uit de muziek te halen, soms een subtiele waarschuwing voor een muzikant die dreigt zijn aandacht even te verliezen. En af en toe verschijnt er een kleine knipoog.
Die knipoog lijkt misschien een onbeduidend detail, maar voor de muzikant die hem krijgt, kan hij een wereld van verschil maken. Het is Brossé's stille "well done". Een korte bevestiging dat hij heeft gezien wat daar gebeurde en dat het precies goed was. Je zou het kunnen vergelijken met een atleet die op de Olympische Spelen alles uit zichzelf haalt en plots een wereldrecord neerzet. De knipoog is dan de gouden medaille.
Misschien zit daar ook een deel van het geheim waarom Brossé zo wordt gewaardeerd door muzikanten. Hij wil niet zomaar dat ze hun partij correct spelen. Hij daagt hen uit om hun eigen limiet op te zoeken, om dat kleine beetje verder te gaan dan gisteren, en soms blijkt precies daar iets bijzonders te zitten. Niet iedereen krijgt een gouden medaille, maar Brossé lijkt wel voortdurend op zoek naar het moment waarop een muzikant ze verdient.
Wanneer het orkest moet ademen
Toch betekent dirigeren zonder clicktrack niet dat alles vrij is. Integendeel. Brossé moet voortdurend de balans bewaken tussen muzikale vrijheid en absolute synchronisatie.
Hij wil de muzikanten ademruimte geven wanneer dat kan. Hij gebruikt daar zelf het beeld van "oxygen" voor: het orkest moet kunnen ademen, maar niet zoveel dat de synchronisatie met het beeld verloren gaat. Dat is net de subtiele evenwichtsoefening.
Wanneer de muziek een beetje ruimte krijgt, moet Brossé precies weten waar dat kan. En wanneer hij merkt dat hij een fractie achterloopt, moet hij het tempo weer iets bijsturen.
De belangrijkste momenten zijn de zogenaamde hitting points: momenten waarop beeld en muziek absoluut samen moeten vallen. Als op het scherm iets gebeurt en de muziek daarvoor een duidelijke klank heeft, moeten die twee gebeurtenissen precies samenvallen. Niet ongeveer. Precies.
Dat is het verschil tussen een geslaagde filmconcertuitvoering en een uitvoering waarbij het publiek voelt dat beeld en muziek niet helemaal samenkomen.
Een opdracht die niet voor iedereen is
Daarmee wordt ook duidelijk waarom Brossé zegt dat filmmuziek dirigeren een vak is dat je niet zomaar op een conservatorium leert. De techniek van het dirigeren is één ding. De synchronisatie met een film is iets anders. En dan moet de dirigent bovendien nog muziek maken.
Dat laatste vindt Brossé essentieel. Zijn eerste doel is niet om de film technisch correct te begeleiden. Hij wil muziek maken. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar het is misschien wel de moeilijkste opdracht van allemaal.
Want als je alleen maar bezig bent met synchronisatie, dreigt de muziek haar vrijheid te verliezen. Werk je alleen muzikaal, dan loop je het risico dat de beelden en de muziek uit elkaar gaan. Brossé moet beide tegelijk doen.
John Williams is geen achtergrondmuziek
Voor het Brussels Philharmonic blijkt de muziek van John Williams bovendien bijzonder geschikt voor een dergelijke uitvoering.
Brossé maakt tijdens het gesprek een duidelijk onderscheid tussen verschillende soorten filmmuziek. Sommige soundtracks functioneren volgens hem bijna als behangpapier: ze ondersteunen een scène, maar kunnen op zichzelf moeilijk als concertmuziek functioneren.
John Williams is voor hem van een andere orde.
Hij noemt diens muziek symfonisch en prijst vooral de orkestraties. De verschillende instrumentengroepen krijgen hun eigen rol, thema's worden door verschillende stemmen gedragen en onder de hoofdmelodie ontstaan voortdurend tegenmelodieën en ritmische patronen.
Wat wij horen als één herkenbare melodie, blijkt in werkelijkheid uit veel meer lagen te bestaan.
Een melodie bij de hoorns en strijkers, tegenbewegingen in de altviolen, snelle noten in de percussie die extra kleur geven: het zijn juist die details die volgens Brossé de muziek zo rijk maken. En daarom spelen de muzikanten dit repertoire ook graag. Het is geen muziek die alleen maar dient om een film op te vullen. Het is muziek die ook buiten het scherm overeind blijft.
Een telefoontje dat een wereldtournee veranderde
Dat Brossé zo vertrouwd is met deze muziek heeft natuurlijk ook te maken met zijn bijzondere geschiedenis met John Williams. Tijdens ons gesprek vertelt hij hoe hij ooit onverwacht door Williams werd opgebeld met de vraag of hij diezelfde week nog vrij was. Brossé kijkt erbij alsof hij het moment opnieuw voor zich ziet.
Zijn agenda stond barstensvol. Maar wie zegt er nu nee tegen zo'n uitnodiging?
De aanleiding bleek een groot Star Wars-project te zijn: een wereldtournee waarin verschillende films en fragmenten met liveorkesten zouden worden uitgevoerd. De oorspronkelijke dirigent was er niet in geslaagd om de muziek perfect met de film te synchroniseren en werd van het project gehaald. Zo kwam Williams bij Brossé terecht.
Brossé arriveerde in Los Angeles zonder precies te weten wat hem te wachten stond. Hij kreeg een stapel partituren in handen. Een deel kende hij al, de rest moest hij vrijwel onmiddellijk instuderen. De volgende dag volgde een repetitie met het Los Angeles Philharmonic. En daar nam Brossé meteen een beslissing die voor de aanwezigen toch even spannend moet zijn geweest. Hij wilde het zonder clicktrack doen. Met zijn handen.
De eerste cue bleek perfect synchroon. Daarna volgde de tweede, de derde en de vierde.
En ondertussen stonden achter hem mensen als Steven Spielberg, George Lucas en John Williams mee te kijken en te luisteren.
Dat is het soort situatie waarin een dirigent waarschijnlijk liever niet te veel nadenkt.
Williams kwam na afloop naar Brossé toe, omhelsde hem en reageerde volgens Brossé verbaasd dat hij de synchronisatie zonder clicktrack zo goed voor elkaar had gekregen. Daarna kreeg hij de opdracht.
Een wereldtournee die uiteindelijk langs grote orkesten en concertzalen in tientallen landen zou trekken. Brossé vertelt er nog altijd met veel enthousiasme over, en je begrijpt waarom. Het was niet zomaar een nieuwe opdracht. Het was een samenwerking met de componist wiens muziek hij nu opnieuw in Brussel staat te dirigeren.
De muziek moest oorspronkelijk helemaal niet live gespeeld worden
Misschien is het interessantste inzicht uit ons gesprek wel dat deze muziek oorspronkelijk helemaal niet bedoeld was om op deze manier live met de film te worden uitgevoerd.
John Williams schreef de muziek voor de film en vervolgens werd ze in de studio opgenomen. De London Symphony Orchestra kreeg daarvoor tijd om de muziek meerdere keren op te nemen. Er kon worden hernomen wanneer iets niet goed zat. Wanneer een bepaald moment binnen een cue fout ging, kon men dat deel opnieuw opnemen en later in de montage samenvoegen.
In de filmversie kan daardoor uiteindelijk een perfecte uitvoering ontstaan.
Vanavond kan dat niet. Het orkest krijgt geen tweede kans. Een passage die verkeerd loopt, kan niet simpelweg opnieuw worden opgenomen en in de montage worden vervangen. Alles gebeurt live. Dat maakt de uitvoering technisch bijzonder zwaar.
Wanneer de snelheid omhooggaat
Brossé vertelt hoe hoog de tempi soms liggen. Sommige passages gaan zo snel dat de muzikanten nauwelijks tijd hebben om na te denken. Ze moeten hun partij kennen en onmiddellijk reageren op de dirigent.
Dat geldt nog sterker wanneer grote groepen tegelijk zeer snelle passages moeten spelen. Voor één muzikant kan een snelle noot nog haalbaar zijn. Wanneer tientallen strijkers tegelijk verschillende snelle figuren moeten uitvoeren, wordt de technische uitdaging veel groter. Daar komt de film nog bovenop.
De muzikanten moeten niet alleen snel spelen, ze moeten ook op het juiste moment spelen.
En dat is precies waarom Brossé de concentratie vergelijkt met topsport. Hij haalt in het gesprek een voorbeeld aan van Formule 1: wanneer iemand met enorme snelheid rijdt, is er geen tijd om rustig over iedere beweging na te denken. Je moet je voorbereiden en vervolgens doen wat je moet doen.
Voor de muzikanten geldt hetzelfde. Bij de snelste passages is er geen ruimte om nog te twijfelen. Ze spelen hun partij, kijken naar de dirigent en vertrouwen op de voorbereiding.
Achtenvijftig minuten zonder stoppen
En dan komt de passage die misschien wel het meest indrukwekkend klinkt wanneer Brossé haar beschrijft. De laatste cue van Return of the Jedi duurt maar liefst 58 minuten.
Achtenvijftig minuten muziek zonder onderbreking.
Natuurlijk zitten er rustigere passages in, maar toch blijft de concentratie voortdurend nodig. De muziek gaat door, de film gaat door en het orkest moet blijven functioneren als één geheel.
Brossé noemt het een enorme uitdaging. En plots krijgt dat cijfer van 58 minuten een heel andere betekenis.
Wij zitten in de zaal en beleven de climax van het verhaal. Voor ons is het een opeenvolging van scènes, emoties en bekende Star Wars-momenten.
Voor de muzikanten is het een lange muzikale opdracht waarin ze geen enkele mogelijkheid hebben om even opnieuw te beginnen.
Voor Brossé komt daar nog zijn eigen dubbele opdracht bovenop: hij moet het orkest leiden én voortdurend de synchronisatie bewaken. Zijn eigen "conductor" is daarbij niet alleen het orkest, maar ook het scherm. Hij moet blijven kijken. Hij moet vooruitdenken. En hij moet ondertussen muziek blijven maken.
De muziek van Williams zit vol verhalen
Na dit gesprek zal ik voortaan anders naar de muziek van John Williams luisteren. Misschien luister jij na het lezen van dit verhaal ook met andere oren.
Brossé vertelt dat Williams zich voor zijn filmmuziek laat inspireren door klassieke componisten. Hij verwijst onder meer naar Sergej Prokofjev en Gustav Holst, van wie volgens hem invloeden terug te horen zijn in de filmscores van Williams.
Daarmee raakt het gesprek aan een veel oudere muzikale traditie. Componisten hebben doorheen de muziekgeschiedenis ideeën, thema's en technieken van voorgangers gebruikt en er vervolgens iets eigens van gemaakt. Volgens Brossé kon zo'n verwijzing vroeger zelfs als een eer gelden. Een componist die een thema van een andere componist gebruikte en er een eigen variatie op maakte, toonde daarmee ook respect voor zijn voorganger.
Bij filmmuziek ligt dat vandaag gevoeliger. Toch ziet Brossé het duidelijk in die bredere muzikale traditie. Ook de Star Wars-muziek bevat volgens hem verwijzingen en invloeden die voor een geoefend oor herkenbaar zijn. Dat maakt de muziek volgens hem niet minder waardevol. Integendeel. Het toont hoe componisten met een enorme muzikale bagage een nieuwe taal kunnen bouwen met elementen die al in de muziekgeschiedenis aanwezig zijn.
Zijn favoriete John Williams
Wanneer tijdens het gesprek de vraag naar Brossé's favoriete John Williams-score komt, hoeft hij niet lang te twijfelen. 'Schindler's List (soundtrack)'. Niet Star Wars, maar de muziek voor Steven Spielbergs aangrijpende film over de Holocaust.
Voor Brossé is dit de meest persoonlijke score van Williams. Juist omdat hij daarin minder het gevoel heeft dat hij andere componisten hoort meeklinken en omdat de muziek volgens hem uitzonderlijk puur is. Hij noemt de vioolsolo van Itzhak Perlman als een van de momenten die hem bijzonder raken. Het antwoord zegt misschien ook iets over hoe Brossé naar filmmuziek kijkt.
Voor Brossé hoeft muziek niet alleen spectaculair te zijn. Ze moet iets vertellen. Ze moet een film kunnen dragen, maar tegelijk ook zelfstandig een emotionele betekenis hebben.
Een afgeladen Studio 4
Wanneer de film en het concert eindigen, zit Studio 4 nog altijd afgeladen vol. Het publiek reageert enthousiast en Brussels Philharmonic en Dirk Brossé krijgen een staande ovatie.
Voor mij was dit bovendien de eerste keer dat ik een Star Wars-film zag. Ik ben dan ook blij dat ik Return of the Jedi op deze manier heb leren kennen. Een ciné-concert op zich was voor ons niet nieuw. We hadden al eerder zulke voorstellingen in Antwerpen meegemaakt.
Maar vooral het gesprek tussen Robin Broos en Dirk Brossé zal mij bijblijven. Dat gesprek was voor mij een echte verrijking. We kregen een inkijk in wat er achter de schermen gebeurt en hoeveel vakmanschap, concentratie en voorbereiding nodig zijn om film en live muziek precies samen te brengen.
Daardoor kijk ik met nog meer respect naar een ciné-concert. Ik luister er voortaan ook anders naar. Waar ik vroeger vooral de muziek en de film als één geheel beleefde, hoor ik nu ook de precisie die erachter zit.
Wat voor het publiek vanzelfsprekend lijkt, vraagt van een dirigent en een orkest een enorme concentratie. Brossé moet vooruitkijken, anticiperen en voortdurend afstemmen op wat er op het scherm gebeurt. Tegelijk moet hij zijn muzikanten blijven leiden en ervoor zorgen dat de muziek blijft ademen.
En toch blijft het belangrijkste doel eenvoudig: muziek maken.
Wanneer de uitvoering goed zit, verdwijnt de technische complexiteit naar de achtergrond. Je hoeft als publiek niet te weten hoeveel seconden de dirigent vooruit kijkt, welke signalen op zijn scherm verschijnen of hoeveel voorbereiding aan de uitvoering voorafging. Je hoeft alleen maar te ervaren wat er gebeurt.
En precies dat hebben wij vanavond ervaren.
Voor mij is dat misschien wel de grootste verrijking van deze avond. Ik kwam naar Flagey om een Star Wars-film te zien die ik nog nooit had gezien. Ik vertrek met een andere kijk op filmmuziek en met nog meer respect voor het vak achter een ciné-concert.
En ja, wij komen zeker terug.
En dan komt Batman
Onze avond in Flagey eindigt dus niet alleen met een staande ovatie. Er staat al een volgende film op het programma.
9 - 10 en 11 september 2027 staat Batman in Flagey.
Voor Dirk Brossé wordt dat bovendien een première, want hij heeft de film van Tim Burton nog niet eerder als filmconcert gedirigeerd. De muziek is van Danny Elfman en de film uit 1989, met Michael Keaton als Batman, groeide uit tot een klassieker.
Na wat we vanavond hebben meegemaakt, willen wij die volgende afspraak in Studio 4 absoluut niet missen.
Wil je zo'n ciné-concert ook eens beleven met je groep, vrienden of vereniging? Noteer 9, 10 of 11 september 2027 alvast in je agenda. Kom dan ook naar Batman naar Studio 4 van Flagey.
Van het NIR naar Gotham City
Misschien is het daarom ook zo mooi dat dit alles gebeurt in Flagey.
Het gebouw werd ooit ontworpen om radio en muziek technisch zo goed mogelijk te produceren en uit te zenden. Vandaag biedt het plaats aan voorstellingen waarin film en live muziek elkaar op een nieuwe manier ontmoeten.
Het NIR behoort tot de geschiedenis, maar Flagey blijft mensen laten luisteren.
Alleen is het verhaal vandaag groter geworden. Van radio naar film. Van de Belgische huiskamer naar een sterrenstelsel hier ver vandaan.
Van John Williams naar Danny Elfman.
En van Star Wars naar Batman.
Want in Flagey klinkt filmmuziek niet alleen uit een luidspreker. Ze ontstaat voor je ogen, tussen het orkest, de dirigent, het scherm en het publiek.
En dat is precies wat deze avond zo bijzonder maakte. Het is een totaalbeleving, vanaf het moment dat je de ontvangsthal binnenkomt tot het moment waarop je na afloop weer buiten staat en huiswaarts keert. De sfeer bij aankomst, het gesprek met Robin Broos en Dirk Brossé, de muziek, de film, het orkest en uiteindelijk het applaus vormen samen één avond.
FB
Zin in nog meer ontdekkingen? Je reis hoeft hier niet te stoppen.
- Zoek je naar andere bezienswaardigheden in de buurt, raadpleeg dan onze Ontdek onze interactieve VeDi-kaart
- Blader verder in onze overzichtslijsten per thema of per regio
- Extra inspiratie nodig? Bezoek ook de toeristische dienst van de streek voor actuele informatie over evenementen, openingsuren en tijdelijke activiteiten.
Openingsfoto: © Bewerkt - Fotografie: © Veerle Boriau - Tekst: Diane Geerts | Gepubliceerd: 18 september 2026




