Leopoldspark Brussel: van Maalbeekvallei tot Einstein en de legendarische Solvay-conferentie
Wie vandaag door het Leopoldspark wandelt, ziet vooral groen. Grashellingen, oude bomen, slingerende paden, een vijver en hier en daar een merkwaardig gebouw. Hoog boven de bomen verschijnt de hedendaagse Europese wijk, maar in het park zelf lijkt Brussel even ver weg.
Wij, Veerle en Diane, gingen al op verkenning door het Leopoldspark en ontdekten hoeveel geschiedenis hier tussen de bomen en gebouwen verborgen ligt. Het is zo'n plek waar je gemakkelijk voorbijrijdt op weg naar het Jubelpark of naar een van de Europese instellingen, zonder te vermoeden wat er achter het groen schuilgaat.
Toch vertelt bijna elke hoek van het Leopoldspark een ander verhaal. Hier liep ooit de Maalbeek door een brede vallei. Hier kwamen Brusselaars naar een dierentuin waar beren tussen rotsen leefden en exotische dieren te bewonderen waren. Hier groeiden planten uit verre werelddelen in serres. Hier ontstond een wetenschapsstad met instituten voor fysiologie, anatomie, hygiëne en sociologie. En hier kwamen in 1927 enkele van de beroemdste natuurkundigen uit de geschiedenis samen voor de vijfde Solvay-conferentie.
In 2027 is het precies honderd jaar geleden dat Albert Einstein, Marie Curie, Niels Bohr, Max Planck en hun tijdgenoten in Brussel bijeenkwamen. Hun beroemde groepsfoto maakt het Leopoldspark tot een onverwachte plek om naar de geschiedenis van de moderne wetenschap te kijken.
Maar wie alleen voor Einstein naar het park komt, mist het grootste verhaal. Want het Leopoldspark gaat niet alleen over die ene foto. Het gaat over een landschap dat telkens opnieuw van betekenis veranderde.
Van Maalbeekvallei naar Leopoldspark
Lang voor de Europese instellingen, musea en wetenschappelijke instituten het uitzicht bepaalden, beheerste de Maalbeek deze plek.
De beek ontsprong in het Ter Kamerenbos en kronkelde door de Maalbeekvallei richting de Zenne. Langs haar oevers stonden verschillende watermolens. De naam Maalbeek verwijst dan ook naar de molens die het water van de beek gebruikten. De waterloop voedde bovendien een snoer van vijvers die het landschap een uitgesproken landelijk karakter gaven.

Vandaag valt daar nauwelijks nog iets van te zien. Rond 1870 verdween de Maalbeek onder de grond, in een collector. Alleen de vijver van het Leopoldspark bleef als een van de laatste zichtbare herinneringen aan de vroegere vallei bewaard.
De vallei trok ook buitenverblijven aan. Een belangrijk domein was Eggevoort, een eeuwenoud landgoed dat in de vijftiende eeuw toebehoorde aan Johanna van Boechout. Zij stamde uit de familie Van Boechout, die haar naam ontleende aan het middeleeuwse domein van Bouchout in Meise. Later kwam Eggevoort in handen van de familie Dubois de Bianco, die het domein in 1819 aankocht. Het bezit omvatte toen veel meer dan de toren die we vandaag nog kennen: een landhuis met bijgebouwen, tuinen, serres, een moestuin en verschillende vijvers.
De Eggevoorttoren is daardoor meer dan een losstaand oud gebouwtje in het park. Hij is het laatste tastbare spoor van het veel grotere domein dat hier eeuwenlang lag. In 1851 droeg Jean-Jacques Dubois de Bianco het bezit over aan de nieuwe Société royale de Zoologie, d'Horticulture et d'Agrément. Daarmee begon een totaal nieuw hoofdstuk. Het oude landgoed maakte plaats voor een mondain park met een dierentuin, plantencollecties en ruimte voor ontspanning. Architect Alphonse Balat speelde een belangrijke rol in die transformatie. De Eggevoorttoren bleef als een stille getuige van het landschap dat eraan voorafging.
Aan de familie Dubois de Bianco zit bovendien een opmerkelijk donker detail. Volgens de overlevering kwam de ridder tragisch aan zijn einde in zijn hotel aan de Brederodestraat, waar hij door zijn bedienden zou zijn vermoord. Een merkwaardige voetnoot bij de geschiedenis van Eggevoord, maar tegelijk een onverwachte verbinding met een andere Brusselse plek. De Brederodestraat krijgt bij VeDi later nog haar eigen verhaal.
Vanaf 1844 veranderde het landschap grondig. Verschillende vijvers in de Maalbeekvallei werden drooggelegd of omgevormd tot decoratieve waterpartijen. Het oude domein Eggevoort kreeg vervolgens een nieuwe bestemming.
In 1851 werd het terrein ingericht voor de Société royale de Zoologie. Landschapsarchitect Louis Fuchs en de architecten Alphonse Balat en Gédéon Bordiau gaven het terrein het karakter van een Engels landschapspark. Ze behielden grote bomen, maakten ruimte voor brede grasvelden en voegden rotspartijen, vijvers en kronkelende paden toe.
Het landschap oogde natuurlijk, maar elk zicht was zorgvuldig ontworpen. Bezoekers moesten het gevoel krijgen dat ze even buiten de stad waren, terwijl ze zich in werkelijkheid midden in Brussel bevonden.
De plannen voor het terrein gingen bovendien verder dan wandelen en ontspanning. De initiatiefnemers wilden hier ook een dierentuin en een plantentuin onderbrengen.
Daarmee begon een van de merkwaardigste hoofdstukken uit de geschiedenis van het Leopoldspark.
De dierentuin die Brussel bijna vergat
Het voormalige domein Eggevoort vormde de basis voor de dierentuin. De Société royale de Zoologie bouwde het terrein uit tot een combinatie van dieren, exotische planten, ontspanning en wetenschap. Beren kregen rotsen en stromend water, gemzen en gazellen een nagebouwd Zwitsers landschap met chalet en zelfs het aquarium kreeg een kunstmatige grot. Een muziekkiosk, boerderij en later een rolschaatsbaan maakten het geheel compleet.
Ook de plantencollectie kreeg veel aandacht. Jean-Jules Linden, botanicus, plantenverzamelaar en orchideeënspecialist, stond aan het hoofd van de plantenafdeling. Hij noteerde niet minder dan 650 orchideeënvariëteiten. Onder zijn leiding groeide de tuin uit tot een belangrijke plek voor de studie en teelt van exotische planten.
Zijn woning staat nog altijd in het park. Het bescheiden bakstenen gebouw kreeg een eiken balkon, een houten kroonlijst en een dak met blauwe pannen. De serre naast zijn woning herinnert aan zijn botanische activiteiten.
Hij kweekte er onder meer zijn beroemde cattleya's, orchideeën die zo sterk geurden dat volgens een historische beschrijving één enkele tak een hele woning kon parfumeren.
Alphonse Balat ontwierp in 1853 de serre voor de Victoria cruziana, de spectaculaire reuzenwaterlelie die in de negentiende eeuw grote belangstelling wekte. In 1877 verhuisde de plant naar de Kruidtuin in Brussel. Toen de aanleg van de Noord-Zuidverbinding ook daar ingreep, verhuisde de ¨planten opnieuw. In 1939 kwam ze uiteindelijk in de Plantentuin van Meise terecht, waar de Victoria cruziana vandaag nog altijd een plaats heeft. De enorme bladeren blijven er een publiekstrekker, niet in het minst wanneer er een babyshoot op het blad plaatsvindt. De combinatie van een klein kind en het reusachtige blad levert telkens weer bijzondere beelden op.
Balat zou later een grote naam in de Belgische architectuurgeschiedenis worden. Hij werkte aan het Koninklijk Paleis in Brussel, het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten en de Koninklijke Serres van Laken. Zijn architectuur leeft ook in Plantentuin Meise verder.
Dat maakt een bezoek aan Meise in 2026 extra interessant. Van 5 september tot en met 25 oktober2026 loopt er de tentoonstelling Paradise Lost? Alphonse Balat – The King's Architect. Wie de tentoonstelling bezoekt, krijgt daarmee een extra sleutel om ook de architectuur van het Leopoldspark te begrijpen.
Een dierentuin met twee gezichten
Op prenten zag de dierentuin er romantisch en aantrekkelijk uit. Achter de schermen verliep het verhaal minder fraai. Al in de eerste jaren kreeg de instelling te maken met een hoge dierensterfte. In 1866 volgde opnieuw zware kritiek op het onderhoud en de leefomstandigheden. Dieren stierven aan ziekten en koude of ontsnapten omdat de bewaking tekortschiet.
De dierentuin kende ook haar tegenslagen. Olifant Betzy stierf aan een leverziekte en een abces, een leeuw volgde en drie pelikanen overleefden een koude nacht niet. Toch bleven bezoekers komen. De archieven van de Société royale de Zoologie bewaren intussen verhalen die vandaag bijna ongelooflijk klinken: een dromedaris die naar het Vlaams Theater trok, parkieten die de tram namen, zorgen over de prijs van miereneieren en zelfs een twintigtal schapen dat bij het Luxemburgstation wachtte om geschoren te worden. De dierentuin probeerde het publiek bovendien te blijven lokken met feesten, concerten en nieuwe attracties. De Skating rink uit 1875 was een van die initiatieven. Het mocht niet baten.
In 1876 ging de Société de Zoologie failliet. Een jaar later nam de stad Brussel het domein en de gebouwen over, inclusief de schulden. In 1880, tijdens de viering van vijftig jaar België, kreeg het terrein officieel de naam Leopoldspark. De dierentuin verdween. Het park bleef.
En wie vandaag goed kijkt, ontdekt nog verschillende sporen.
De twee wachthuisjes aan de ingang in de Belliardstraat dateren uit 1869 zijn een creatie van Gédéon Bordiau *. De decoratie verwijst naar de vroegere dierentuin en plantentuin.
Verderop bleef het oude zeeleeuwenbassin bewaard. Ook de toren van het voormalige Eggevoorddomein herinnert aan een oudere geschiedenis van de plek.
* Bordiau kennen we ook van het Jubelpark. Vanaf 1876 werkte hij aan het monumentale complex en hij tekende eveneens mee aan het grondplan van de Squareswijk.
Van zoo naar wetenschapspark
Na het faillissement kreeg het Leopoldspark opnieuw een andere bestemming.
De omslag kwam onder impuls van industrieel Ernest Solvay en dokter Paul Héger. In 1892 lanceerden zij het idee van een wetenschappelijk centrum voor de Université Libre de Bruxelles. De stad Brussel stelde enkele hectaren van het Leopoldspark ter beschikking.
Ernest Solvay was niet alleen de industrieel achter het gelijknamige chemieconcern. Hij investeerde ook sterk in wetenschap, onderwijs en maatschappelijke projecten. In 1893 kocht hij het domein van La Hulpe, het latere Domaine Solvay, waar vandaag de Fondation Folon gevestigd is. Zijn naam bleef er verbonden met het kasteel en het uitgestrekte park.
Die naam vinden we ook terug in het Leopoldspark, waar de Solvaybibliotheek een van de bijzondere gebouwen is. Het gebouw werd ontworpen door Constant Bosmans en Henri Vandeveld.
Ook Victor Horta brengt ons vanuit de familie Solvay naar andere bijzondere plekken. In La Hulpe kreeg hij de opdracht om het interieur van het kasteel te verbouwen. Het domein is vandaag bekend als het Domaine Solvay, met de Fondation Folon als een van de culturele blikvangers.
In Brussel ontwierp Horta het Hôtel Solvay aan de Louizalaan, een van zijn bekendste art-nouveauhuizen. Het Hôtel Solvay kan vandaag met een gids van Korei worden bezocht.
Zo loopt vanuit het Leopoldspark een verrassende culturele en architecturale lijn naar La Hulpe en de Louizalaan. Twee plekken die elk hun eigen verhaal verdienen en waar we bij VeDi-Trips later nog uitgebreid op terugkomen.
"Voulant faire le haut enseignement participer au mouvement qui entraîne les esprits vers l'observation et l'étude positive des systèmes sociaux…" "Ik wil het hoger onderwijs laten deelnemen aan de beweging die de geesten naar de observatie en positieve studie van sociale systemen voert." — Ernest Solvay, 1901
In het Leopoldspark kreeg Solvays belangstelling voor wetenschap een heel andere vorm. Hier ontstond geen privélandgoed, maar een wetenschappelijk centrum waar onderzoekers, studenten en instellingen samenkwamen. Aan het einde van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw richtte Ernest Solvay er onder meer een Instituut voor Sociologie, een Instituut voor Fysiologie en een Handelsschool op en financierde hij deze instellingen.
Het park veranderde daardoor opnieuw van karakter. Waar bezoekers vroeger tussen exotische dieren wandelden, kwamen nu studenten en onderzoekers naar instituten, laboratoria en collegezalen. Ook andere wetenschappelijke instellingen kregen hier een plaats, waaronder het Instituut voor Anatomie en het Pasteur Instituut. Zo groeide het Leopoldspark uit tot een bijzondere combinatie van wetenschap en groen, midden in de stad.
De geschiedenis van het park kreeg daarmee een merkwaardige logica. Eerst probeerde men de natuur na te bootsen in een dierentuin. Later trok men de wetenschap zelf naar diezelfde groene omgeving.
De verdwenen Wetenschapsberg
De ambitie ging zelfs nog verder. Het Leopoldspark had volgens de historische studie kunnen uitgroeien tot een echte Brusselse Wetenschapsberg, als tegenhanger van de Kunstberg in het centrum. Een groot wetenschappelijk centrum had hier een plaats kunnen krijgen naast de andere monumentale bakens die Leopold II in Brussel voor ogen had.
Die stedelijke visie kreeg een opvallende symboliek. Het Justitiepaleis vormde de Berg van de Gerechtigheid, de Kunstberg stond voor de kunsten en op de hoogvlakte van Koekelberg moest de Berg van de Goede God verrijzen.
Het is verleidelijk om je af te vragen waarom het Leopoldspark daar geen vierde berg naast werd. De wetenschappelijke instellingen kwamen er wel degelijk, maar nooit in de vorm van één monumentaal stedelijk symbool.
Victor Horta diende in 1887 een ontwerp in voor een nieuw Natuurwetenschappelijk Museum en won daarmee de driejaarlijkse prijs van de Academie voor architectuur. De stad realiseerde zijn plan echter nooit.
Het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen kreeg wel een belangrijke plaats in het park. Een van de bekendste collecties kwam voort uit een spectaculaire vondst buiten Brussel. In 1878 ontdekten mijnwerkers in Bernissart tientallen skeletten van Iguanodon bernissartensis. Het museum bouwde een speciale vleugel voor de collectie. De iguanodonskeletten behoren vandaag tot de bekendste stukken van het museum.
Ook de architectuur vertelt een verhaal. De lange gele vleugel uit 1857 maakte oorspronkelijk deel uit van een nooit afgewerkt Redemptoristinnenklooster. Het Redemptoristinnenklooster lijkt op het eerste gezicht een wat moeilijke naam voor een gebouw in het Leopoldspark. Toch vertelt die naam meteen iets over de oorsprong ervan. Redemptor is Latijn voor verlosser, een verwijzing naar Christus en naar de religieuze congregatie van de Allerheiligste Verlosser. Het klooster werd in 1856 ontworpen door architect Emmanuel Cels, in neoromaanse stijl. Opmerkelijk genoeg zouden de zusters er uiteindelijk nooit wonen. De geplande kapel werd niet gebouwd en de Redemptoristinnen verhuisden naar Mechelen. In 1891 kreeg het gebouw een totaal andere bestemming: het werd de nieuwe thuis van het natuurhistorisch museum, de voorloper van het huidige Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen.
Zo ontstond in het Leopoldspark een merkwaardige combinatie: een voormalig dierenpark waarin wetenschappers de natuur niet langer alleen tentoonstelden, maar bestudeerden.
Een stad van instituten
Wie verder wandelt, merkt hoe dicht de verschillende wetenschappelijke instituten bij elkaar liggen.
Een van de opvallendste gebouwen is het Instituut voor Anatomie en Histologie, beter bekend als het Instituut Warocqué. Architect Jules-Jacques Van Ysendyck en ingenieur-architect Léon Gérard ontwierpen het gebouw tussen 1893 en 1899. Het kwam tegenover de vijver te staan, op de plaats waar vroeger het olifantenverblijf van de dierentuin lag.
De naam verwijst naar Raoul Warocqué. De industrieel droeg financieel bij aan de bouw nadat professor Paul Héger om steun had gevraagd. Het gebouw diende voor praktisch medisch onderwijs en kreeg onder meer een anatomisch auditorium. Vandaag heeft het opnieuw een onderwijsfunctie.
Aan de rand van het park staat bovendien het voormalige Pasteurinstituut. De provincie Brabant liet tussen 1903 en 1905 een Instituut voor Antirabië en Bacteriologie bouwen naar plannen van architect Valère Dumortier. Het instituut richtte zich op onderzoek naar infectieziekten en de productie van vaccins. Het complex bestond uit een labogebouw, een directeurswoning en stallen. De paarden in die stallen waren nodig voor de productie van serums.

Hoewel het instituut de naam Institut Pasteur du Brabant mocht dragen, bleef het onafhankelijk van het Pasteurinstituut in Parijs. Vandaag heeft ook dit gebouw een nieuwe functie. Het huisvest de diplomatieke vertegenwoordiging van de Duitse deelstaat Beieren bij de Europese instellingen.
Opnieuw verandert het park van betekenis zonder zijn verleden te verliezen.
Een bibliotheek die nooit zomaar een bibliotheek was
Wie door het park wandelt, kan moeilijk om het gebouw heen dat de geschiedenis van het wetenschapspark misschien het mooist samenvat: het Instituut voor Sociologie, beter bekend als de Solvaybibliotheek.
Er zit een kleine verrassing in die naam. De instelling heette officieel Instituut voor Sociologie. Ernest Solvay richtte het instituut in 1901 op en gaf architecten Constant Bosmans en Henri Vandeveld de opdracht om het gebouw vorm te geven. In 1902 kwam het gebouw tot stand. Van buiten oogt het relatief ingetogen. Binnen verandert dat onmiddellijk.
De architecten plaatsten de centrale bibliotheekruimte in het hart van het gebouw. Houten boekenkasten, decoratieve elementen, mozaïeken, glas en geschilderde wanddecoratie creëren een interieur dat veel rijker oogt dan de buitenkant doet vermoeden.
Tijdgenoten spraken over een "lekenklooster". De vorm en de zuilengalerij droegen bij aan dat beeld. Boven de centrale ruimte zorgt een metalen gebinte met glazen dak voor zenitaal licht.
De geschiedenis van het gebouw kreeg later een veel minder elegante episode. De universiteit verliet het Instituut voor Sociologie uiteindelijk. De universiteitsuitgeverij gebruikte het gebouw nog tot 1981, maar daarna volgden leegstand, vandalisme en ernstig verval.
In de jaren 1990 kwam de restauratie op gang. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en Citydev hielpen het gebouw opnieuw in ere herstellen.
Vandaag gebruikt Edificio de bibliotheek als evenementenruimte. Wie het bijzondere interieur en de geschiedenis van het gebouw met een gids wil ontdekken, kan daarvoor terecht bij Arkadia, dat ook Nederlandstalige rondleidingen organiseert.
De Solvaybibliotheek vertelt daarmee in één gebouw het verhaal van de wetenschappelijke ambities van het park, de architectuur van rond 1900, de teloorgang van waardevol erfgoed en de keuze om dat erfgoed opnieuw een toekomst te geven.
Het park als ontmoetingsplaats van de wetenschap
En dan komt het moment waarvoor het Leopoldspark in 2027 opnieuw bijzondere aandacht verdient.
Ernest Solvay bracht vanaf 1911 wetenschappers van wereldformaat samen tijdens de internationale Solvay-congressen voor fysica en chemie. De deelnemers vergaderden aanvankelijk in het Brusselse Metropolehotel en later in de gebouwen van het Fysiologisch Instituut in het Leopoldspark. Marie Curie, Max Planck, Louis de Broglie en Albert Einstein behoorden tot de bekende deelnemers.
"De kortste weg om maatschappelijke uitdagingen op te lossen, is vaak een omweg." ~Herman Van Rompuy, bij de herdenking van de eerste Solvay-conferentie
In oktober 1927 vond in Brussel de vijfde Solvay-conferentie over Elektronen en Fotonen plaats. Negenentwintig wetenschappers namen deel. Zeventien van hen waren Nobelprijswinnaar of zouden later de Nobelprijs ontvangen.
Onder hen bevonden zich Albert Einstein, Marie Curie, Niels Bohr, Max Planck, Erwin Schrödinger, Werner Heisenberg, Louis de Broglie en Paul Dirac.

Hun groepsfoto groeide uit tot een van de bekendste foto's uit de geschiedenis van de wetenschap.
Dat verandert de manier waarop je naar het park kijkt.
De gebouwen hebben andere functies gekregen. De Maalbeek stroomt al lang niet meer zichtbaar door de vallei. De dierentuin verdween meer dan een eeuw geleden. Maar de plek zelf bleef bestaan.
Hier, in dit groene deel van Brussel, ontmoetten wetenschappers elkaar op een moment waarop de nieuwe kwantummechanica voor fundamentele vragen zorgde. Einstein en Bohr discussieerden over de betekenis en interpretatie van de nieuwe fysica. De deelnemers behoorden tot een generatie die de manier waarop mensen naar materie, licht en de natuur keken ingrijpend veranderde.
En dan staat daar ineens het Eastmangebouw.
Van kinderkliniek naar Europees museum
Aan de rand van het park komt nog een ander hoofdstuk bij het verhaal.

Het huidige Huis van de Europese Geschiedenis gebruikt het voormalige Eastmangebouw, dat architect Michel Polak in 1935 ontwierp als tandheelkundige kliniek voor kinderen. George Eastman, bekend van Kodak, financierde het project.
Polak kennen we ook van Villa Empain en andere bekende Brusselse gebouwen. Het Eastmangebouw behoort tot zijn art-decorealisaties. De geometrische lijnen en sobere vormgeving passen bij de architectuur van de jaren 1930.
Maar ook hier vertelt het interieur een bijzonder verhaal. De oorspronkelijke inkomhal bevatte schilderingen met taferelen uit de fabels van La Fontaine. Kinderen die naar de tandheelkundige kliniek kwamen, kregen zo iets om naar te kijken.
Vandaag vertelt het Huis van de Europese Geschiedenis een heel ander verhaal. Het museum opende in 2017 en plaatst de Europese geschiedenis in een breder, grensoverschrijdend perspectief. Niet één land staat centraal, maar de ontwikkelingen, conflicten en veranderingen die Europeanen met elkaar delen.
Opnieuw veranderde de functie. Van kinderkliniek naar museum. Van volksgezondheid naar Europese geschiedenis. En opnieuw bleef het gebouw op dezelfde plek staan.
Een park vol onverwachte bomen

Wie door het Leopoldspark wandelt, kijkt gemakkelijk over de gebouwen heen naar de bomen. Toch vertellen ook die een verhaal. Maar liefst 19 bomen in het park kregen een vermelding in de Brusselse inventaris van opmerkelijke bomen. Bv. de Oosterse plataan, is een van de opvallendste groene getuigen van het park. Zijn indrukwekkende stam en brede kroon herinneren aan het landschap dat hier al lang vóór de huidige Europese wijk vorm kreeg.
Maar het zijn niet alleen de bomen die de geschiedenis hebben overleefd. De vijver herinnert aan de Maalbeek, die inmiddels ondergronds door Brussel stroomt. De oude wachthuisjes verwijzen naar de vroegere toegang tot het park. En tussen dat groen staan gebouwen die telkens opnieuw een andere bestemming kregen.
Want het Leopoldspark veranderde voortdurend van betekenis. Eerst bepaalde de Maalbeek het landschap. Daarna ontstond hier een romantisch landschapspark, gevolgd door de dierentuin en de botanische tuinen. Aan het einde van de negentiende eeuw maakte het groen plaats voor een nieuwe ambitie: wetenschap.
Instituten voor fysiologie, anatomie, hygiëne en sociologie verschenen tussen de bomen. De Handelsschool kreeg er een plaats, het Warocqué Instituut herinnerde aan het belang van medisch onderwijs en het Pasteur Instituut bracht onderzoek naar infectieziekten en vaccins. De Solvaybibliotheek gaf het geheel een bijzonder cultureel en architecturaal accent.
En in 1927 kwam daar de wetenschap van een heel andere orde bij. Einstein, Curie, Bohr en hun tijdgenoten verzamelden zich hier voor de legendarische vijfde Solvay-conferentie.
Later veranderde de omgeving opnieuw. Het Eastmangebouw kreeg eerst een sociale en medische functie en werd uiteindelijk het Huis van de Europese Geschiedenis. Rond het park groeide de Europese wijk.
De functies veranderden, de gebouwen kregen nieuwe bewoners en de omgeving kreeg telkens een andere betekenis. Maar tussen de bomen bleef het verleden aanwezig. Misschien is dat wel het meest bijzondere aan het Leopoldspark: je hoeft er niet naar de geschiedenis te zoeken. Je wandelt er gewoon doorheen.
Honderd jaar na Einstein
In 2027 is het precies honderd jaar geleden dat Einstein, Marie Curie, Niels Bohr en hun tijdgenoten in Brussel bijeenkwamen voor de vijfde Solvay-conferentie.
Die verjaardag geeft het Leopoldspark een bijzondere actualiteit. Niet omdat je er een geschiedenisles over kwantumfysica moet volgen, maar omdat de beroemde groepsfoto een verrassend vertrekpunt vormt om naar het park te kijken.
Want wie hier wandelt, ontdekt geen monument dat uitsluitend aan Einstein herinnert. Je ontdekt een landschap waarin eeuwen geschiedenis door elkaar heen liggen: de Maalbeek, het oude landschapspark, de dierentuin, de wetenschappelijke instituten en de gebouwen die later opnieuw van functie veranderden.
Precies daarom verdient het Leopoldspark in 2027 een plaats op het programma van wie zijn reizigers een ander Brussel wil laten zien.

Een Brussel waar je gemakkelijk voorbijrijdt. Een park waarvan je denkt dat je alleen maar groen ziet.
En waar je uiteindelijk bij Einstein uitkomt.
Meer lezen over dit onderwerp
Zin in nog meer ontdekkingen? Je reis hoeft hier niet te stoppen.
- Zoek je naar andere bezienswaardigheden in de buurt, raadpleeg dan onze Ontdek onze interactieve VeDi-kaart
- Blader verder in onze overzichtslijsten per thema of per regio
- Extra inspiratie nodig? Bezoek ook de toeristische dienst van de streek voor actuele informatie over evenementen, openingsuren en tijdelijke activiteiten.
Fotografie: © Veerle Boriau (tenzij anders vermeld) - Tekst: Diane Geerts | Gepubliceerd: 13 september 2026





