De 100 mooiste kerken van Noord-Brabant: een boek dat je leert waar je moet afslaan

18-08-2026
Tekstbanner “De 100 mooiste kerken van Noord-Brabant” met kerkgebouw en bomen onder blauwe lucht.

Een kerktoren aan de horizon. Een dorp waar je normaal gezien gewoon doorheen rijdt. Een kerk die je misschien al tientallen keer vanuit de autocar zag, maar nooit van dichtbij bekeek.

De 100 mooiste kerken van Noord-Brabant van architectuurhistoricus Wies van Leeuwen en fotograaf Marc Bolsius verandert precies dat. Het boek presenteert honderd kerken uit een oorspronkelijke selectie van 315 gebouwen, van de elfde eeuw tot de wederopbouwperiode. Romaans, gotiek, barok, neogotiek en de Bossche School komen allemaal aan bod. Ook kloosters, een voormalige synagoge, protestantse kerken en herbestemde religieuze gebouwen krijgen hun plaats.

Maar het interessantste aan dit boek zit niet in het getal honderd. Van Leeuwen leert je vooral kijken.

"De lotgevallen van een kerk zeggen veel over de geschiedenis van een plek." ~Wies van Leeuwen

Het boek bevat honderd kerken, maar in deze recensie kunnen we uiteraard slechts een greep uit die selectie bekijken. Net die voorbeelden tonen hoe uiteenlopend het boek is en hoeveel verschillende verhalen achter de kerken schuilgaan.

Van Neerlangel tot Oirschot

Neem Neerlangel. Boven Ravenstein ligt een dorp dat nauwelijks groter lijkt dan een paar huizen langs de dijk. Toch staat hier de Sint Jan de Doper, met een romaanse tufstenen toren uit de elfde eeuw. De toren vormt het oudste romaanse bouwwerk van Noord-Brabant. Het huidige neogotische kerkje dateert uit 1869, terwijl de oude toren bleef staan.

Dat is precies het soort ontdekking waarvoor je dit boek vooraf uit de kast haalt. Als reisverantwoordelijke kun je het gebruiken om je programma inhoudelijk voor te bereiden. Je ontdekt welke kerken interessant zijn, welke verhalen eraan verbonden zijn en welke gebouwen haalbaar binnen je reisprogramma passen. Daarna kun je de praktische mogelijkheden verder aftoetsen en eventueel een lokale gids zoeken. Zo krijg je tijdens het bezoek niet alleen een mooi gebouw te zien, maar begrijp je ook beter waarom juist deze kerk de moeite waard is. Je hoeft niet altijd op zoek te gaan naar een monument van nationale faam. Een kleine afslag volstaat.

Ook Oirschot levert zo'n moment. Het boek noemt het Boterkerkje een 'heidens kerkje'. Die benaming verwijst naar een oude overlevering waarin inwoners vertelden dat hun voorouders het gebouw nog als heidenen bouwden. De tufstenen muren wijzen op een oorsprong rond het begin van de twaalfde eeuw. Later kreeg het gebouw onder meer de functie van boterwaag.

Wie in Oirschot alleen de grote Sint-Petruskerk bezoekt, mist dus een tweede verhaal op wandelafstand.

Zelfs de grote namen hebben verrassingen

's-Hertogenbosch lijkt voor de hand te liggen. De Sint-Jan kennen we allemaal. Toch laat ook daar het boek je opnieuw kijken.

Van Leeuwen beschrijft de kathedraal als een gebouw met vele tijdlagen. De kerk kende perioden van verval, restauraties en ingrepen die het uiterlijk sterk beïnvloedden. Binnen wacht bovendien een overvloed aan beeldhouwwerk, glas en historische details.

En dan is er die merkwaardige engel die veel bezoekers naar boven laat kijken. De moderne lachende engel met telefoon hoort niet bij het middeleeuwse bouwprogramma, maar vormt intussen wel een speels detail in het verhaal van de Sint-Jan. 

⭐ Wist je dat?

De telefoon van de Bel Engel werkt echt. Via 0900-SINTJAN (0900-7468526) kun je de engel bellen. Een gesprek kost 95 cent per minuut. De opbrengst gaat naar de restauratie van de Sint-Janskathedraal, de Bel Engel en de verdere hemelse functionaliteiten.

Dat soort details maakt een kerkbezoek zoveel leuker. Je kijkt niet meer alleen naar een gevel of een gewelf. Je gaat op zoek. 

Wie daarna denkt dat alleen Brugge een Heilig Bloedkapel heeft, moet richting Boxtel. De gotische Sint-Petruskerk, officieel Sint-Petrus' Stoel te Antiochië, bezit een Heilig Bloedkapel uit de zestiende eeuw. Boxtel kent bovendien al eeuwen een Heilig-Bloeddevotie.

Een kleine omweg, maar inhoudelijk een mooie aanvulling op een reis door Noord-Brabant.

Rubens, Rome en een vleugje België

Zundert levert dan weer een heel ander verhaal.

De Sint-Trudokerk kreeg in de twintigste eeuw een nieuwe behuizing, maar binnen leeft veel ouder erfgoed verder. Het oude hoogaltaar uit 1622 van Hans van Mildert vormt een van de hoogtepunten. Van Mildert werkte nauw samen met Peter Paul Rubens en deskundigen schrijven het ontwerp van het altaar algemeen aan Rubens toe. Het oorspronkelijke Rubenswerk met de Aanbidding der Koningen verdween naar Antwerpen, maar Zundert bewaart nog belangrijke onderdelen van het barokke geheel.

Daarmee opent het boek zelfs een deur naar België.

Die verbinding gaat nog verder in Riel. De Sint-Antonius Abt is volgens Van Leeuwen een dorpskerk uit de kunstclan Van Genk. Petrus Johannes van Genk kwam uit Bergen op Zoom en groeide op in een familie waarin architectuur, schilderkunst, beeldhouwkunst en meubelmakerij samenkwamen. Voor de kerk van Riel kreeg hij in 1895 de opdracht voor een nieuwe kerk.

Van Genk volgde bovendien een architectuuropleiding aan de Academie van Schone Kunsten in Antwerpen.

Dat vind ik een van de leukste ontdekkingen in het boek. Plots loopt er een culturele lijn tussen Noord-Brabant en Antwerpen, een verbinding die vandaag door een landsgrens wordt doorsneden, maar historisch binnen het bredere Brabantse geheel past. Voor een reisverantwoordelijke geeft zo'n verband extra betekenis aan een stop. Een bezoek aan Riel krijgt daardoor meer context: je kijkt niet alleen naar een Brabantse dorpskerk, maar ontdekt ook hoe mensen, ideeën en vakmanschap zich binnen die historische regio verplaatsten.

Oudenbosch mag natuurlijk niet ontbreken

En dan is er Oudenbosch.

Wie de basiliek van de H.H. Agatha en Barbara binnenstapt, begrijpt meteen waarom Van Leeuwen zoveel aandacht aan deze kerk besteedt. De basiliek ontstond tussen 1865 en 1880 vanuit het Romeinse ideaal van bouwpastoor Willem Hellemons. Ook zijn levensverhaal brengt een Belgische verbinding in het Brabantse verhaal. Als jonge man trad Hellemons in bij de cisterciënzers van Hemiksem, waardoor zijn levensweg al vroeg een link kreeg met België.

Pierre Cuypers ontwierp de basiliek met de Sint-Pieter in Rome als belangrijk voorbeeld en combineerde dat met een gevel die verwijst naar de Sint-Jan van Lateranen. Het resultaat maakt van Oudenbosch een opvallende halte binnen een reis door Noord-Brabant.

Het resultaat is geen simpele kopie. Cuypers paste verhoudingen, licht en schaal aan de Brabantse omgeving aan. De koepel kreeg bovendien een opvallende verticale werking.

Voor wie het verhaal achter deze basiliek verder wil uitdiepen, hebben we bij VeDi-Trips al een eigen artikel klaarstaan: 

⭐ VeDi Tip

onze reportage over de basiliek van Oudenbosch
Een praktische tip waarmee je nog meer uit je bezoek haalt.

Van een kerkring tot virtuoos houtsnijwerk

Het boek kiest ook bewust voor kleinere verhalen.

In Fijnaart bijvoorbeeld krijgt de Hervormde Kerk aandacht vanwege haar ligging op een omgracht kerkeiland. Wie bij een kerkring meteen aan Zeeland denkt, ontdekt hier een Brabantse variant. Fijnaart ontstond als voorstraatdorp volgens het zogenoemde Flakkeese type, waarbij de Voorstraat uitloopt op een kerkring rond de kerk. De kerk zelf oogt eenvoudig, maar het kerkeiland vormt nog altijd het historische middelpunt van het dorp.  

En in Goirle verschuift de aandacht opnieuw naar het interieur. De Sint Johannes Onthoofding bezit onder meer een neogotisch interieur met werk van Hendrik van der Geld. De communiebank uit 1913 draagt fijn uitgewerkte reliëfs en Van der Geld ontwierp ook het hoogaltaar en ander kerkelijk beeldhouwwerk. 

Zo geeft het boek je telkens een ander kijkpunt. De ene keer gaat het om een toren, dan om een kerkheuvel, een altaar, glasramen, houtsnijwerk of een kunstenaar.

Dat maakt deze publicatie zoveel bruikbaarder dan een klassieke ranglijst van 'de mooiste kerken'.

Dit boek hoort op de tafel van elke reisverantwoordelijke

De 100 mooiste kerken van Noord-Brabant is geen reisgids en pretendeert dat ook niet. Het boek wil vooral waardering opwekken voor religieus erfgoed en voor de verhalen die aan die gebouwen verbonden zijn. Van Leeuwen schrijft zelf dat hij geen pleidooi voor een herleving van religie bedoelt. Hij vraagt aandacht voor de schoonheid en betekenis van de kerken als onderdeel van het culturele geheugen van Noord-Brabant.

Precies daarom werkt het boek zo goed voor VeDi-Trips.

Als reisverantwoordelijke en je plant een reis naar Noord-Brabant, sla dan zeker dit boek open. Gebruik het als voorbereiding, kijk welke kerk binnen je programma past en onderzoek daarna hoe je het bezoek inhoudelijk kunt verdiepen. Een goede lokale gids kan daarbij een grote meerwaarde bieden: die kan ter plaatse de details, verhalen en historische context toelichten die je als bezoeker anders gemakkelijk mist.

Zo helpt dit boek je niet om een reis uit te stippelen, maar wel om betere keuzes te maken vóór je vertrekt. En misschien zit daar uiteindelijk zijn grootste waarde: het laat je vooraf zien welke afslag tijdens je reis echt de moeite waard kan zijn.

En misschien ontdek je juist een kerk die niemand in je groep vooraf had verwacht.

Dat is de echte waarde van dit boek: het geeft je geen kant-en-klare reis, maar wel honderd goede redenen om onderweg eens van de geplande route af te wijken.

Boekgegevens: De 100 mooiste kerken van Noord-Brabant

Wies van Leeuwen, tekst
Marc Bolsius, fotografie
Vormgeving: Stephan Lerou
WBOOKS, Zwolle, 2012
Tweede druk, 2017
270 pagina's
ISBN 978 90 400 0745 3

Wies van Leeuwen (1950) is architectuurhistoricus en cultuurhistorisch onderzoeker. Zijn studie kunstgeschiedenis volgde hij aan de universiteit van Nijmegen. De architectuurtheorie van de negentiende eeuw, de kerkelijke bouwkunst en de restauratieopvattingen in de monumentenzorg houden hem in het bijzonder bezig.

Marc Bolsius (1956) is geboren in Schijndel maar woont in 's-Hertogenbosch, een stad waar hij zich als Brabander nauw mee verbonden voelt. Na zijn middelbare schooltijd ging hij op avontuur in Canada. Daar koos hij na wat omzwervingen voor een studie fotografie. In 1985 keerde hij terug naar Nederland en vestigde zich als zelfstandig fotograaf. Marc Bolsius heeft zich gespecialiseerd in portretfotografie en reportages. Hij werkt als persfotograaf voor onder andere het Brabants Dagblad. In 2000, 2001 en 2005 won hij de Zilveren Camera voor portretfotografie. In 2012 ontving hij de Joep Lennarts-trofee voor de beste nieuwsfoto die in 2011 in Brabant is gemaakt.

Meer lezen over dit onderwerp 

Zin in nog meer ontdekkingen? Je reis hoeft hier niet te stoppen. 

  • Zoek je naar andere bezienswaardigheden in de buurt, raadpleeg dan onze Ontdek onze interactieve VeDi-kaart
  • Blader verder in onze overzichtslijsten per thema of per regio
  • Extra inspiratie nodig? Bezoek ook de toeristische dienst van de streek voor actuele informatie over evenementen, openingsuren en tijdelijke activiteiten.

Recensie: Openingsfoto & fotografie, bron & credits: © WBOOKS | Tekst: Diane Geerts | Gepubliceerd: 18 augustus 2026

Share